Clubinfo - GeschiedenisHoe is Olympia BC ontstaan?
In den beginne...
In 1951 werd de Berchemse Atletiekvereniging - afgekort BAVO - gesticht door August Stoclet. BAVO werd later kortweg Olympia en in 1970, onder impuls van zoon Dirk Stoclet - in die tijd een gekend 400 meterloper en later de grote bezieler van de Berchemse Marathon - een vzw OLYMPIA die uitgroeide tot een omnisportvereniging, die als moederclub activiteiten groepeerde en beheerde van de bijgekomen volleybal- en badmintonafdelingen.
In 1968 werd door enkele atleten uit deze atletiekclub, samen met enkele andere vrienden sportveteranen en hun echtgenotes die iets aan hun “lijn” wensten te doen en in vriendenkring gezonde ontspanning zochten, besloten een badmintonclub op te richten. Vanaf augustus 1968 was Olympia BC dus een feit.
Samen met de eerste voorzitter Richard Verrijcke en ondervoorzitter Dirk Stoclet trokken de families Verrijcke, Stoclet, Claes en Mersie naar het parochiezaaltje "De Vrede" in de Lange Pastoorstraat. Daar werd, elke speelavond weer, met krijt de lijnen van één enkelspeelveld op een parketvloer getekend en stortte men zich vol enthousiasme in het badminton.
De "pluim" was in elk geval door de kerk en vermits besloten werd aan de badmintoncompetitie van het AVVV (de Antwerpse Vereniging Voor Vriendenclubs) deel te nemen, was men genoodzaakt om afscheid te nemen van de zo vertrouwde parochiezaal en souffleursbak (die als kleedkamer gebruikt werd) om naar de Olympiahal in de Jan van Gentstraat te trekken.
Badminton was “in” en het ledenaantal bleef gestadig groeien zodat ook nu weer uitgeweken diende te worden via "Den Ieper" in de Lange Ieperstraat, naar de sporthal van het Koninklijk Atheneum te Berchem. Hier werd de eerste sportieve investering, nl. de aankoop van een badmintonvloermat - hetgeen de vooruitbetaling vergde van vier lidgeldjaren - gerealiseerd. Inmiddels telde de club reeds meer dan 50 leden en was en bijkomende pleisterplaats, nl. de sporthal aan de Plantin en Moretuslei te Borgerhout vereist.
Wanneer dan in 1978 de nieuwe en moderne sporthal Het Rooi te Berchem een feit werd, konden de badmintonfanaten fier achter hun
tweede voorzitter De Kimpe, deze nieuwe sporttempel binnentreden. Gedaan met het nomadenleven en onder het motto "zoals het klokje
thuis tikt" kon eindelijk aan de uitbouw van het ledenbestand begonnen worden.
Velen denken met weemoed terug aan de eerste 10 jaren van onze club. We illustreren de beginjaren nog even aan de hand van een artikel dat in 1985 door Cois, een oud-bestuurslid geschreven werd. De titel is "1985, Omkijken in verwondering", de ondertoon eerder nostalgisch.
Jaarlijks tornooi van het Berchemse Badminton Olympia en andermaal een geslaagde sportmanifestatie van deze nu zo bloeiende sportvereniging. Een waar sfeerbeeld van jeugdige en minder jonge deelnemers/sters, gebundeld in een collectief badmintonenthousiasme met hoopvolle verwachtingen en de ook onvermijdelijke teleurstellingen. Tussen al deze pluim en plastic attributen, tussen de kleurrijk afgelijnde rechthoeken, beheerd door kundige en minder zelfzekere scheidsrechters, tussen de informatie spuwende walkie-talkies, tussen al deze sporthalexplosies, een druk bezette bestuurs- en uitmaaktafel voorgezeten door Mevrouw Lucienne Mersie, (door haar vele badmintonvrienden ook wel eens "mère supérieure" genoemd) en haar steeds even rustige echtgenoot Jos Mersie, pioniers en medestichters van dit nu zo bruisende Olympia. En onwillekeurig moeten deze beide vergrijsde badmintoneminenties in verwondering omkijken en terugdenken aan vroeger, naar het "hoe" en het "wanneer" van deze badmintonexploratie, naar hun eigentijds heroïsche "belle epoque"!
We schrijven 1968, nog een tijd van het ongecompliceerde, het simpele leven, waar vriendschap en hartelijkheid niet vooraf diende geprogrammeerd op computers of andere digitale waardemeters. Het begon met een tiental vrienden in de zakdoekruimte van de toneelpatronage in de Lange Pastoorstraat. Op wat voor een parketvloer moest doorgaan, werden met krijt de lijnen getekend voor amper één enkel speelveld, een artistieke bezigheid die om de twee sets diende herhaald te worden, met alle hieraan verbonden risico's voor een "grondsmaakallergie". De blotebillenshow en andere stripteaseactiviteiten vonden plaats in de diepe en duistere geborgenheid van de ... souffleursbak!
Het was de wekelijkse pret- en ontmoetingsdag met de vrienden, waar de toentertijd nog betrekkelijk jonge meiden hun intieme roddels uitwisselden en het mansvolk-voetbalfanaten alle gemaakte en gemiste doelpunten nog eens overdeed. Van bekers e.a. trofeeën was gewoon geen sprake, men streed - nou ja... - geestdriftig voor een bolleke Koninck of een potje mosselen.
Maar de pluim was wel definitief door de kerk. Men nam afscheid van de patronage en de reeds zo vertrouwde souffleursbak en trok naar het sportzaaltje in de Jan van Gentstraat, waar voorzitter Dirk Stoclet zich met zijn discipelen in het competitiegebeuren stortte. Het atheneum van Berchem werd de volgende pleisterplaats, alwaar de eerste sportieve investering werd gerealiseerd, nl. de aankoop van een badmintonvloermat, hetgeen echter wel de vooruitbetaling vergde van vier vooraf betaalde lidgeldjaren...!
Wanneer dan in 1978 de nieuwe en moderne sporthal van het Rooi een feit was, marcheerde het echtpaar Mersie (door spuiter R.R. wel eens "Danke-Danke" vertaald) fier achter hun toenmalige voorzitter Dhr. De Kimpe met in hun zog een twintigtal sterke vriendengroep, deze nieuwe sporttempel binnen. De uitbouw van het ledenbestand kon beginnen en begon inderdaad verrassend snel. Badminton had een volwaardige plaats verworven in het algemene sportgebeuren en aldra dienden leden geweigerd of op een wachtlijst geplaatst.
Olympia bleef echter trouw aan zijn ingesteldheid en bewandelde nog steeds de recreatieve toer. Het speelse bleef belangrijker dan de "must" van het winnen en de gezellige badminton-after-drinks aan de clubtish waren misschien nog belangrijker. Talrijke jongeren kwamen echter stilaan de rangen vervoegen en er groeide langzaam maar gestadig een gezonde prestatiedrang doorheen dit new look Olympia. Men begon zowel op het competitie- als op het tornooifront een aardig patatje mee te steken, zodat momenteel kan en mag gezegd worden dat dit Berchemse badminton zich een vooraanstaande plaats heeft weten te verwerven in deze groeiende sporttak.
De oudere generatie, "les anciens combattants", denken wellicht met een zekere nostalgie aan en blikken terug op dat speelse van weleer, doch beseffen en met een niet te miskennen ondertoon van fierheid, dat dit Olympia verder vooruit dient te blikken en te ijveren aan zijn verdere uitbouw. Met een zowel geestdriftig, dynamisch als competent bestuursteam zullen zij hierin gewis slagen.
Nog veel succes, Olympia !!!
Cois
Van recreatie- naar competitiesport
Badminton had zich inmiddels in het algemene sportgebeuren een volwaardige plaats verzekerd zodat in 1983 BC Olympia reeds 100 leden telde en de derde voorzitter Gust Mouws al vlug genoodzaakt was een ledenstop af tekondigen en een wachtlijst op te stellen. Ondertussen waren echter reeds enkele talentvolle jongeren de rangen komen vervoegen en groeide er langzaam maar zeker een gezonde prestatiedrang.
Onder invloed van het toenmalig geestdriftig en dynamisch bestuur - met name de vierde voorzitter Cor Vanlaer, secretaris Brigitte Van Dam, penningmeester Lucienne Mersie, materiaalmeester Georges Rogiers en sportcommissaris Willy Kelders - ging Olympia BC, zonder evenwel de recreanten te kort te doen, de competitieve toer op en wist zowel op tornooien als in competitieverband de naam en faam van Olympia hoog te houden. Diverse ploegen wisten reeds enkele kampioenstitels in beslag te nemen en er werd zelfs een derde plaats in de Belgische Beker behaald. Ook op individueel vlak werden kampioenstitels op provinciaal en liganiveau behaald.
Het bestuur van Olympia BC besloot om in 1986 een onafhankelijke koers te varen en richtte in juni 1987 een vzw OLYMPIA BADMINTONCLUB op. Dit hield onder meer in dat de boekhouding van de club op jaarbasis diende gevoerd te worden in plaats van op seizoensbasis zoals gebruikelijk was. Het clubbestuur bestond in de tachtiger jaren uit mensen die ondertussen tot echte badmintonmonumenten zijn uitgegroeid. We stellen ze even voor, gebaseerd op teksten uit het toenmalig clubblad "Smash".
Cor Vanlaer was de voorzitter, nu nog steeds actief (bestuurs)lid. Wie hem beter kent, mag hem ook wel Corri noemen. Beroemd omwille van zijn zweetbandjes en enorme capaciteit in het verzetten (en ook wel leegdrinken) van Duvels. Hij heeft slechts één hobby, maar oefent ze dan ook terdege uit. Vroeger trainde hij 's zondagmorgens de jeugd, speelde zelf in verschillende competitieploegen en nam al eens deel aan een tornooi hier en daar samen met Eddy Vermoesen, die lange zwik uit Aartselaar, nu iets dikker, maar ook nog steeds lid van de club. Cor was jarenlang voorzitter van de VBL (Vlaamse Badmintonliga), waarvan hij nu nog medewerker van het Topsportdepartement is. Hij "is totaal onbekwaam om slecht gemutst te zijn en tracht alle problemen zo goed mogelijk op te lossen. Is van dat soort zoals ze niet meer gemaakt worden, van tijdens den oorlog dus." Een citaat uit 1987. Is dat nog steeds zo?
René Rooman was de secretaris. Ook wel het "wandelend secretariaat" genoemd. Hij gaf gewoonlijk de eerste en dus ook een beste indruk van onze club aan de nieuwe leden; hij rustte nooit voor alle formaliteiten vervuld waren. Hij was altijd de wanhoop nabij als de leden zijn infoborden en papieren niet lazen. Naast badminton was de scheidsrechterij zijn tweede hobby, waardoor hij er vaak niet toe kwam om zelf te spelen. Hij had één slechte eigenschap: hij kon geen wit papier verdragen en typte de pagina's dan ook vol. Hij kon zich niet voldoende afreageren in zijn job en nam er dan maar het secretariaat van de PBA (Provinciale Badmintonvereniging Antwerpen) bij, dat hij nu nog steeds verzorgt. Hij lust graag Koninck, Kriek en andere bieren. Hij is een groot imitator en moppentapper. "Ook van de goede soort, maar dan van na den oorlog."
Lucienne Mersie was en is nog steeds de penningmeester. Letterlijk en figuurlijk de "First Lady" van onze club. Ze heeft ook jarenlang het secretariaat van de club op zich genomen. Ze verdedigde de belangen van Olympia (soms tot grote wanhoop van sommigen) in de Sportraad van Antwerpen. Ze was de incarnatie van het opkomende "zwakke geslacht" en soms de schrik van de snoodaards die al te lang op het terrein bleven. Zij is net zoals Cor ook voorzitter van de VBL (Vlaamse Badmintonliga) geweest. Ze was een befaamde amazone en zat dan ook regelmatig op haar paard. Ze houdt van Duvels, Hoegaarden en andere bieren. Ze heeft een hekel aan mensen die badminton misprijzen. "Ook uit het goede hout gesneden, dus van voor den oorlog in Korea."
Georges Rogiers was de materiaalmeester, een functie die hij uitoefende tot aan zijn dood op 20 mei 1995. Wereldberoemd om zijn "dazaaprobleim." Hij had ook slechts één hobby: badminton. Hij was fervent lid van het scheidsrechterskorps. Hij is de man van de magnetische naamkaartjes en het beruchte bord voor de verdeling van de terreinen, een systeem dat nog steeds in voege is op onze dinsdagavondtrainingen. Hij leidde elk jaar het clubtornooi in goede banen en gaf zijn ervaring en kennis met succes door aan zijn opvolgers. Hij sliep graag op de grond voor zijn kachel in het gezelschap van Kartouche, de kat. Hij hield van een pintje met een sigaret. Hij is jarenlang medewerker geweest van de klassementscommissie van de Vlaamse Badmintonliga en heeft zich vooral ingezet als voorzitter van de PBA (Provinciale Badmintonvereniging Antwerpen). Hij heeft dan ook de helft van zijn leven in een sporthal doorgebracht: als (hoofd)scheidsrechter, als PBA voorzitter, als "vader" van de PBA jeugdselectie én als supporter van zijn getalenteerde kinderen Ingrid en Erik. "Zijn soort wordt niet meer gemaakt."
Willy Kelders had de sportcommissie onder zijn hoede. Hij was zelf ook een actief competitiespeler. Hij schuimde alle tornooien af en sleurde zijn vrouw, Brigitte van Dam, mee naar boven in zijn rush naar een hoger klassement. Hij was bekend om zijn "allei" in alle sporthallen. Hij was erelid van de RTT (nu Belgacom) voor zijn veelvuldig getelefoneer om zijn competitieploegen bijeen te krijgen, een probleem waar de sportcommissie nog steeds mee worstelt. Hij was de wanhoop nabij als de ploegkapiteins het vertikten de wedstrijduitslagen aan hem te geven. Ook een bekend probleem. Hij is uiteindelijk van pure miserie samen met zijn vrouw in 1993 overgegaan naar Amateurs, een bevriende badmintonclub in Borgerhout, waar zij nu respektievelijk voorzitter en secretaris zijn. Willy houdt van bieren en schone vrouwen. "Is van na de Wereldtentoonstelling in Brussel."
Nieuw bloed in het bestuur
Toen de familie Kelders haar geluk elders ging zoeken, moest er dringend op zoek gegaan worden naar een nieuwe secretaris. Die functie was tijdens de laatste jaren immers waargenomen door Brigitte Van Dam. Geen gemakkelijke opgave. Onder het mom van "dat is helemaal niet zoveel werk, alleen maar een paar briefkes zo nu en dan", slaagde Cor er in de lente van 1993 in om Linda Schippers voor deze taak te strikken. Zij was al sinds 1985 lid van de club, maar kende de werking van het bestuur eigenlijk niet. Zij had echter al snel door dat het secretariaat van een grote club met nog steeds meer dan 100 leden wel iets meer inhield dan Cor haar had voorgespiegeld. Maar goed, handen uit de mouwen en beginnen maar. Ook de sportcommissie nam ze al gauw voor haar rekening. Beide functies oefent ze trouwens nog steeds uit.
In de jaren die volgden bleef de kern van het bestuur bestaan uit Cor, Lucienne, Linda en Georges. Toen deze laatste stierf in 1995, werd het bestuur aangevuld met verschillende bestuursleden, die het helaas telkens na een korte periode lieten afweten, meestal om familiale redenen. Zo waren er achtereenvolgens Patrick Francken, Ingrid Rogiers, Muriel Cooreman en Alex Schoenmakers die zich ingezet hebben voor onze club. Ook als niet-bestuurslid. Waarvoor dank! In 1999 kreeg Olympia een nieuwe (vijfde) voorzitter, namelijk Stefan Wijckmans, het "enfant terrible" van de club. Ongemanierd en luidruchtig, maar recht-door-zee en met het hart op de juiste plaats. Een nieuwe wind blaast door de club...
Tekort aan bestuursleden
Sinds 1999 is er geen bestuurswissel meer geweest, ook kwamen er helaas gedurende jaren geen nieuwe bestuurders of medewerkers bij. Ook niet na herhaaldelijke oproepen zoals deze vanuit het secretariaat: "Als secretaris word ik bijgestaan door drie bestuursleden. Twee van hen draaien al jaren mee: onze penningmeester sinds 1968 en onze ondervoorzitter sinds 1978. Al die tijd hebben zij zich belangeloos ingezet voor onze geliefde badmintonsport. Aangezien zij er echter niet jonger op worden, moeten we stilaan aan opvolging beginnen denken. Ons bestuursteam heeft dus versterking nodig. Al wie zich geroepen voelt om zich in te zetten voor het voortbestaan van onze club, als losse medewerker of als vast bestuurslid, mag zich altijd melden. Wij geven graag meer uitleg. En denk niet: "Ik kan dat niet", "Ik heb niet genoeg tijd" of "Ik ben te jong of te oud". Iedereen met een hart voor badminton, kan dit. Als de motivatie er is, komt de rest wel vanzelf. " Helaas, de tijd van vrijwilligerswerk lijkt voorbij voor de meeste mensen...
Dit alles had tot resultaat dat de dagelijkse werking van de club bijna steeds alleen op de schouders terecht kwam van het secretariaat, dat er bijgevolg onmogelijk nog extra taken kon bijnemen, zoals de jeugdwerking. Spelers die om één of andere reden niet meer tevreden waren, meldden dat niet aan het bestuur, maar vertrokken gewoon in plaats van het bestuur tips te geven en te helpen nieuwe ideeën te verwezenlijken. Een grote "uittocht" van competitiespelers vond plaats in de zomer van 2003, waardoor er slechts één competitieploeg overbleef. Gelukkig was er licht aan het einde van de tunnel. Twee nieuwe medewerkers boden zich aan, Federico Crucitti en Tommy Peeters. Beide zouden zich meer en meer inzetten voor de jeugd. Federico is bovendien de technische webmaster van deze website geworden. De redding was in zicht!
|